Koppen gezien

Mijn zoon vroeg me daarstraks, waarom hij in dat oerwoud van reclamepanelen zo weinig van Groen ziet. En niets van zijn vader. Toen ik hem zei dat ik stilte boven lawaai, bescheidenheid boven opschepperij, uit-zicht boven ge-zicht, en zin boven onzin verkies, antwoordde hij terecht : “Ge overschat de mensen”.

Mij stoort niet alleen de ongelooflijk opdringerige aanblik van al die koppen. Mij stoort ook wie voor wie in zijn voortuintje zo’n bord aan ons voorschotelt.

Muren hebben soms oren, maar voorgevels krijgen nu gezichten.

Men noemt mij een tekstschrijver. Het meeste van wat ik schreef, kwam voort uit respect, bewondering, soms zelfs liefde voor mijn onderwerp. Maar af en toe was ook ingehouden boosheid mijn drijfveer. Zoals nu ...

 

In de politiek zitten ze al een paar jaar ...

Nooit iets van hen gehoord, maar ...

Nu in voortuintjes hangen ze daar.

Wie heeft tegen ‘hangouderen’ enig bezwaar ?

 

Dat hij of zij, die ons nu toelacht,

Westerlo nooit iets heeft bijgebracht,

en speeltjes zijn van hen aan de macht ...

Heeft enig bordenschenker daar ooit aan gedacht ?

 

Ik kijk ze aan, ze bekijken me scheef.

Alsof ik het ben die nu dromerig zweef.

Ik lees na wat ik ooit ‘in de schaduw ‘ schreef

en ben blij dat ik altijd mezelf trouw bleef.

 

Een column uit het Dagboek van een Duwer

Tags: